Een gestaltperspectief op het omgaan met woede en frustratie.
Woede als emotie heeft in deze tijden van ongebreidelde vrijheid van meningsuiting een slechte reputatie. Ze wordt gezien als gevaarlijk, primitief en destructief. In het publieke debat –zeker op social media – wordt woede ongefilterd en anoniem geventileerd. We lijken steeds eerder en makkelijker ons gevoel van onmacht en frustratie naar buiten te brengen omdat een dialoog met de ander of met bv de overheid niet mogelijk blijkt of ons teveel moeite is. Woede is echter geen probleem op zich; ze is een essentiële manier om onszelf te uiten.
Woede als levensenergie
Binnen de gestalttherapie wordt woede gezien als een vorm van agressie in de oorspronkelijke betekenis van het woord: ad-gradi, ergens naartoe bewegen. Woede is de energie die nodig is om grenzen te voelen, te stellen en te bewaken. Ze ontstaat vaak wanneer iets of iemand onze integriteit, waarden of behoeften overschrijdt. Woede zegt: “Tot hier en niet verder!.” Het heeft dus in de omgang met onze omgeving een hele duidelijke functie.
Hoe komt het dan dat onze woede vaak zo destructief en gevaarlijk is? Omdat we niet weten hoe we met woede om moeten gaan. Iets raakt ons, doet ons pijn en we ‘exploderen’ als het ware. Het probleem is dus niet dát we woede voelen, maar hoe we ermee omgaan.
Vrijheid van meningsuiting versus verantwoordelijkheid en respect voor de ander
We leven in een tijd waarin vrijheid van meningsuiting vaak wordt opgevat als: ik mag alles zeggen wat ik voel. Vanuit gestaltperspectief ontbreekt hier iets wezenlijks: Het je daarbij zelf voldoende bewust te zijn dat je door het uiten van je emotie de ander raakt en wat voor effect jouw gevoelsuiting vervolgens op die ander heeft.
Bij het in vrijheid uiten van onze mening stellen we onszelf meestal niet de vraag:
- Vanuit welke behoefte spreek ik?
- Ben ik op dit moment in contact met mezelf én met de ander?
- Gebruik ik mijn woede om mezelf te verduidelijken of om de ander te overspoelen, te intimideren of te vernietigen?
Woede waarbij je niet in contact met de ander bent, zoekt vaak een uitweg via beschuldiging, veralgemenisering of vijanddenken. Woede verliest dan haar richting en wordt destructief omdat ze niet gedragen wordt door bewustzijn.
Onbewust omgaan met woede
Veel mensen pendelen in het omgaan met hun woede tussen twee uitersten: Zij onderdrukken hun woede: “Ik mag mijzelf niet voelen en mijzelf niet uiten” of zij ‘exploderen’: “Ik zeg gewoon waar het op staat en dat heeft iedereen maar te slikken, ongeacht wat de gevolgen daarvan zijn”.
Beide 'strategieën' vermijden het contact maken met jezelf en de ander. Daarbij leidt inslikken tot vervreemding van jezelf; exploderen tot vervreemding van/naar de ander. Gestalttherapie biedt echter een derde weg: Je wordt hier uitgenodigd uit om je woede bewust tot uiting te brengen.
Bewust je woede uiten: vertragen en voelen
In onze digitale cultuur wordt woede vooral verbaal geuit. Wat daarbij ontbreekt is de lichamelijke ervaring. Als die geen plek krijgt – via beweging, adem, stem, creativiteit of fysieke begrenzing – zoekt ze alsnog een uitweg, vaak op ongepaste momenten of manieren. Vanuit gestaltperspectief begint gezond omgaan met woede door te vertragen: Niet meteen posten, reageren of oordelen, maar eerst jezelf waarnemen:
- Waar voel ik woede in mijn lichaam?
- Wat is hier werkelijk geraakt?
- Welke behoefte wordt hier niet vervuld?
Woede die wordt gevoeld, benoemd en gedragen, verandert vaak van karakter. Ze wordt helderder, minder chaotisch. Vaak blijkt onder woede verdriet, angst, pijn te zitten of machteloosheid of een verlangen naar erkenning. Wanneer woede vanuit bewustzijn wordt geuit, kan ze juist verbindend zijn.
Bijvoorbeeld: “Ik merk dat ik boos word omdat dit voor mij een belangrijke waarde raakt en ik mij niet gehoord voel....mijn hartslag gaat omhoog en ik voel mijn buik...”....“Ik voel frustratie en ik wil onderzoeken wat er tussen ons gebeurt....”
Hier wordt woede geen wapen, maar een uitnodiging tot dialoog. De ander is dan geen tegenstander maar wordt gesprekspartner in een ontmoeting. Er ontstaat over en weer vrijheid van meningsvorming waarbij de ander gehoord en gerespecteerd wordt.
Je woede uiten: ja of nee?
In een tijd van ongebreidelde meningsuiting is woede niet het grootste gevaar. Onbewuste woede, woede die niet wordt gevoeld, onderzocht en gedragen maar direct wordt 'afgevuurd', is dat wél.
De vraag is daarom niet: Mogen we boos zijn?
De vraag is: Zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen voor onze woede? De
waarde van woede ligt in haar vermogen ons wakker te maken, onszelf bewust te
maken van wat er in onszelf gebeurt, onszelf zonodig te begrenzen en ons te verbinden
met wat er hier en nu werkelijk toe doet. Woede vraagt geen censuur, maar aandacht.
Ze vraagt geen stilte en ontkenning maar bewust contact maken met de
ander.
Arjen Hart
www.gestaltpraktijkarjenhart.nl












